victorverhart.reismee.nl

Hoofdstuk 4: van Capital naar Country

Op een zaterdag avond nam ik afscheid van mijn vrienden in Katoomba. Na 2 weken in de blue mountains was het tijd om weer eens te gaan reizen. De volgende bestemming was de hoofdstad van Australie: Canberra. Samen met Alex, een Franse vriend die ik in de eerste week in Sydney leerde kennen, vertok ik naar de Canberra waar we de volgende 3 dagen zouden verblijven.

Eenmaal aangekomen in Canberra merkten we hoe leeg de stad is. De stad is special gebouwd om de regeringsgebouwen te vestigen, voor Canberra was er niets te vinden op deze plaats. De rust deed ons goed, want wie in Sydney is geweest heeft genoeg mensen, auto's en rode stoplichten gezien.

In Canberra bezochtte Alex en ik het parlementsgebouw, de nationale kunst gallerei en het oorlogs museum. Je leert al snel dat Australie een land is met weinig historie. De grootste triomph is ANZAC. De eerste slag in de eerste wereldoorlog waar Australie bij betrokken was. Desalnietemin werden de Australiers door de Turken in de pan gehakt. Het is voor een Europeaan dan ook lastig te begrijpen waarom dit Australies trots is.

Na 3 dagen met Alex in de hoofdstad rond te hebben gedwaald besloot hij terug te gaan naar Sydney, om een Franse vriendin op te pikken. We spraken af om elkaar in Melbourne te ontmoeten. Voor Alex kwam Henri de plaats. Een Finse kerel die bij ons op de kamer sliep. Ik was van plan om naar het zuiden te gaan om daar te gaan werken en Henri was platzak en ging graag op mijn uitnodiging in. Uiteindelijk kwamen we in contact met een werkgever in een plaatsje Hillston die ons werk kon garanderen. De volgende dag reden we 500 km naar het westen en kwamen we aan het einde van de middag aan in Hillston. We realiseerde dat we in de outback waren toen we naar onze werkgever wilde bellen, er was geen bereik met de mobiele telefoon. Via de telefooncel konden we Bruce, de werkgever, bereiken en de volgende dag konden we beginnen.

De eerste Job was in de uienvelden. Een groep Aziaten plukte de uienzaden en Henri en ik gooide de volle tonnen in de aanhanger van de tractor. Mijn leidingevende was een onverstaanbare redneck, die de hele dag door een irritante klootzak was. Zo vonden ook zijn vaste collega's.

Na 2 dagen in de uienvelden vertrokken we naar een amandel kwekerij waar Henri en ik in de loods aan de slag gingen om haringen te maken. Het werk bestond uit het zagen en buigen van metaal. Van alle backpackers in Hillston hebben Henri en ik het leukste baantje. Inmiddels ben ik 38 uur per week metaal aan het zagen en rijdt Henri in een wagentje waarmee hij de haringen bij de overige collega's aflevert die ze vervolgens in de grond steken. Aan het einde van de dag is mijn gezicht zwart en wordt er op capming regelmatig gevraagd of ik in de mijnen werk.

De werktijden zijn van 7.00 uur tot 15.00 uur. In de namiddag, spelen we met onze Franse vrienden een potje voetbal, praten we gezellig met de andere backpackers en koken we onze avond maaltijd. Dat laatste was een spectacel afgelopen donderdag. Op de terug weg van werk had een een konijn op de weg gevonden die net gestorven was. Aangezien het vlees hier duur is stelde ik voor om het konijn dezelfde avond te villen, klaar te maken en op te eten. Grinnekend stemde Henri en Theo, een college, toe. ‘S avonds hield Henrie het konijn bij zijn poten vast, vertelde een stelletje uit Parijs waar ik moest snijden en sneed ik het konijn open. Het was een spectakel.

Toen ik het het vlees in stukken aan het snijden was hoorde we van de receptie dat er een konijnen virus heerst. Niemand had nog trek in het konijn, behalve ik. Ik was immers al 2 uur bezig met het konijn en een avondje op de wc zitten was het me het risico wel waard. Het konijn smaakte heerlijk en ik heb het in mijn eentje opgegeten. Van het virus heb ik nooit iets gemerkt dus het was een goede gok.

Ik ben inmiddels voor twee weken in Hillston en aangezien ik nogal geestdodend werk doe heb ik genoeg tijd om na te denken over de komende maanden. Ik wil over 2 weken naar het zuiden toe gaan om daar te gaan surfen, naar Tasmanie om een wandeltocht met Henri te maken en uiteindelijk naar West Australie om op zoek te gaan naar een baan in de mijnen. Maar zoals ik gemerkt hebt is het leven hier onvoorspelbaar is. Twee maanden terug had ik niet kunnen voorspellen dat ik een maand in Hillston zou verblijven, Hillston in the middle of nowhere, Hillston waar ik het zo naar mijn zin heb.

Reacties

Reacties

marion

Hoi Victor, kreeg je weblog door van Petra en heb nu even alles gelezen. Wat heb je al een hoop gezien en meegemaakt in Aus. Wij wisten al dat we een keer terug moesten gaan naar dit land maar bij het lezen van je verhaal zeker. Wel opvallend veel mannen die in die hostels verblijven voor werk. Wij zagen alleen bejaarde aussies op de camping toen we daar met Nina waren. Kom je bij Brisbane heb ik misschien nog het adres van mijn nicht. Haar man is aannemer. Wonen prachtig en het is een prachtige stad. groet

Petra

Ha Vic,
Ga je velletjes sparen voor een bontjas? Lef dat je het konijn durfde te villen, ik vind de kop van de diepvrieseenden van Claude afhakken al erg genoeg.
Amandelkwekerijmedewerjer klinkt me toch een stuk aangenamer dan mijnwerker...

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!