victorverhart.reismee.nl

Hoofdstuk 13: Guadalcanal

Op een hete vrijdagmiddag stapte ik uit het vliegtuig en begon mijn avontuur in de Solomon eilanden. Met de taxi reed ik richting het centrum van Honiara om daar in een motel te verblijven. De route van het vliegveld naar Honiara zag er aardig bevolkt uit, overal liepen mensen langs de weg, verkochten mensen voedsel vanuit wat geimproviseerde kraampjes, speelde kinderen voetbal en reden er busjes en vrachtwagens langs volgepropt met passagiers. Het zag er armoediger uit dan ik me voor had gesteld, het paradijs in de Pacifics had meer weg van een Afrikaanse stad.

Guadalcanal (spreekt uit als: Kwa-dal-kanaal) is voor velen een onbekende plek. Degenen die er ooit van gehoord hebben kennen het waarschijnlijk van de Slag om Guadalcanal, het keerpunt tijdens de tweede wereldoorlog in de Pacifics. Zo kende ik het ook, toen ik veertien was en ziek op de bank lag huurde mijn moeder de film ‘The thin red line' voor me. Een verhaal over Amerikaanse Marieniers die vechten tijdens de slag om Guadalcanal. De landschappen, natuur en bewoners van het eiland waren voor mij een reden om Guadalcanal te bezoeken.

Toen ik aangekomen was in deHoniara, de hoofdstad van de Solomons besloot ik een wandelingetje te maken door de hoofdstraat. Het viel me op dat ik de enige blanke was, veel mensen knikte vriendelijk naar me gevolgd door een mooie grijns op het gezicht. De meeste winkels zien er hetzelfde uit (en verkopen ook hetzelfde) en zijn eigendom van de Chinese immigranten die hier wonen. De straten staan vol met mensen en zien rood van de beetlenut spuug. Wat sigaretten in de westerse wereld zijn, is beetlenut in de Solomons, een noot waarop gekouwd wordt die veranderd in rood speeksel wat vervolgens uitgespuugd wordt. Aangezien zoveel mensen en zelfs de kinderen de beetlenut kouwen, dacht ik dat het wel lekker moest zijn en wilde ik het ook wel proberen. De smaak was echter erg bitter en de nasmaak ging pas weg nadat ik mijn tanden had gepoetst.

In het motel waar ik verbleef raakte ik al snel bevriend met de jonge manager. Noel, een immigrant van Malaita Island, stelde op zondag voor om met een maat van hem mij de achterwijken van Honiara en oorlogsmonumenten te laten zien. Samen met twee vrienden reden we weg uit het centrum. Het verbaasde me nogal hoeveel achterbuurten Honiara had, als je bedenkt dat het centrum bestaat uit een hoofdstraat met wat zijstraten. De meeste woningen zagen er primitief uit en zijn gemaakt van bamboe en bladeren. Ondanks dat het nogal armezalige uiterlijk leek iedereen vrij opgewekt en vooral erg vriendelijk. Vooral de kleine kinderen waren erg leuk; een zwarte huidskleur en een blonde kroesbol er boven op, lachend en spelend met wat de omgeving ze te bieden had; een oude auto, een boom of een voetbal. Wanneer ik langskwam rijden wezen ze naar me en keken elkaar met enige verbazing aan, auto's zijn vrij normaal in de omgeving maar een blanke man zullen ze maar zelden zien aangezien ik vermoed dat de meesten wordt verteld niet te ver in de achterbuurten te komen. De Amerikaanse en Japanse oorlogsmonumenten waren in groot contrast met de rest van de omgeving, die deden niet onder aan de grotere oorlogsmonumenten op de Dam of in Margraten.

De opvolgende dagen reden we nog wat verder rond met de taxi en bracht Noel me naar wat meer oorlogsmonumenten. Zo liet hij me de twee gezonken oorlogsschepen zien die zo'n 20 meter uit de kust liggen en bezochten we Bloody Ridge, een heuvel die in 1942 werd aangevallen door een paar duizend Japanners maar wonder boven wonder werd behouden door de strijdlustige Amerikaanse Marieniers die zwaar in de minderheid waren t.o.v. de Japanners. Het was erg bijzonder om op deze plaatsen rond te lopen, maar alle overblijfselen zijn zo verroest dat het moeilijk is te bedenken dat al het materiaal 60 jaar geleden ‘high-tech' was.

Op donderdagmiddag verliet ik mijn kamer om wat boodschappen in het centrum te doen. Buiten werd ik vriendelijk gegroet door Robert, die ik eerder in de week had ontmoet bij het motel. Hij was samen met zijn Oom hendri, die een nogal Australische kledingdracht had, maar verder geen woord Engels sprak. Robert, een detective voor de Guadalcanal politie, wilde me graag zijn huis laten zien in het dorp waar hij woonde. Ik wilde graag een van de primitieve nederzettingen zien en ging op de uitnodiging in. Het dorp lag aan de overkant van de rivier en was te bereiken per pond. De pond was niet meer dan een vlot wat door een meisje van een jaar of 15 van de ene naar dde andere kant werd gedreven. Eenmaal aan de overkant gekomen werd ik door velen nagestaard, ik vermoed dat ik een van de eerste blanken was die het dorp bezocht. Het dorp was net zo primitief als de achterbuurten van Honiara. Eenmaal bij Robert huis aangekomen opende hij zijn deur. Het huis was leeg, maar er stond wel een computer en televisie op een bureautje. Robert en zijn oom vertelde me hoe trots ze waren dat ze met een blanke man door het dorp liepen. Hendri zei iets tegen Robert en hij vertaalde het in het engels aan mij, waarop vervolgens Hendri mij de hand schudde. Dit ging zo'n half uur door, na iedere zin werden de handen geschud. Na nog wat video's gekeken te hebben van de eerste Solomon Islands Idols winnaar, liepen we nog een rondje door het dorp waarop we met de pond weer terugkeerden naar de bewoonde wereld. In een taxi, aan de overkant van de rivier, zat Robert zijn tweelingbroer die heel toevallig ook Robert heette. Hij wilde me graag de volgende dag meenemen op een tour op het platte land van Guadalcanal. In het motel bespraken we het plan voor de tocht en besloten we de volgende ochtend in de morgen te ontmoeten voor een zeer bijzondere trip.

Wordt vervolgd....

Reacties

Reacties

Petra

bijzonder, hoe snel je overal contacten maakt!

Victor

Net je facebookfoto's bekeken.. Best wel een beetje jaloers hier! Veel plezier ;)

Merel

*Ik bedoel Merel, niet Victor..*

sieger

haha, ik dacht al (bij Merels reactie): heeft Victor net zo als die twee Roberts ook al een tweelingbroer met dezelfde naam?! Ik heb dat Guadalcanal nog in die pacific-serie gezien, jij toch ook of niet? Veel plezier en kijk uit voor Japanners die nog verscholen zitten in de jungle en die denken dat de oorlog nog steeds aan de gang is;) Je lijkt tenslotte net iets meer op een Amerikaan dan een Japanner....

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!